Een mystiek verjaardagskado

“Wat zou er in zitten?” Ik hield het grote pak enthousiast met beide handen vast, schudde het heen en weer en luisterde geconcentreerd of ik kon uitvissen wat er in zat.

“Voorzichtig, Jan…” zei mijn vrouw een beetje angstig, ‘Voorzichtig. Het is breekbaar.”

Het was mijn verjaardag en het grote moment waarop ik mijn pakjes mocht uitpakken, was gekomen. Wat betreft verjaardagen en pakjes ben ik nooit helemaal volwassen geworden. Ik ben nog steeds net zo opgewonden als een klein kind.

Ik zette de doos dus op tafel en begon het blauwe kadopapier met het gele lint er opgewonden af te scheuren. Al snel verscheen er een grote kartonnen doos met een afbeelding van een druppelvormig ding.

“Wat leuk,” grijnsde ik. “Wat is het?”

“Een lamp,” zei mijn vrouw eenvoudig. “Een prachtige druppelvormige oosterse hanglamp uit Egypte.”

oosterse sprookjeslampen

Een lamp? Maar we hebben toch een lamp?

Ik keek naar de lamp die boven de tafel hing, die ik vorig jaar met zoveel moeite had opgehangen. Een erfstuk van tante Jo.

“Ja,” zei mijn vrouw enthousiast, “een lamp. Die monsterachtige lamp van tante Jo moet nou maar eens weg. De kinderen en ik dachten aan iets nieuws. We hebben een frisse uitstraling nodig in de woonkamer.”

“Een frisse uitstraling? En ik moet dat ding zeker ophangen…”

“En jij kunt dat ding meteen mooi ophangen,” ging mijn vrouw verder. “Het is je verjaardag, dus je hoeft niet af te wassen. In plaats daarvan kun je de lamp ophangen.”

“Ja pa,” zei Geertje van tien. “Wij hebben hem in de winkel zien branden. Zo mooi. Geeft echt een beetje een oosters idee. Je weet wel…

Het heeft echt iets mystieks.”

Ik gaf een geforceerd lachje en klopte liefkozend op de kartonnen doos.

“Nou…jongens…bedankt hoor. Echt lief!”

Na het eten stapte ik, gewapend met een schroevendraaier en een ladder op de lamp af. “Een fluitje van een cent,” had mijn vrouw nog gezegd. “Dat kan iedere man.”

Ik had maar niets gezegd. Ik ben geen doe-het-zelver. Bij die lamp van tante Jo had ik de elektriciteit vergeten uit te zetten en was door de schok bijna van de ladder gevallen. Het had me uiteindelijk drie uur gekost. En hij hing nog scheef ook.

Mooie verjaardag.

Ik was net de ladder opgeklommen toen de bel ging.

“Jan, kun je even open doen?” schreeuwde mijn vrouw. “Ik moet de was nog ophangen op zolder.”

Het was Evert van de tafeltennisvereniging.

“Gefeliciteerd Jan,” zei hij warm. “En dit is voor jou.” Hij toverde een fles port van achter zijn rug tevoorschijn.

“Port! Dat is lekker, man. Kom even binnen.”
“Wat is dat?” zei hij enthousiast toen hij de druppelvormige lamp zag. “Waar heb je die vandaan?”

“Gekregen van mijn vrouw,” zei ik een beetje mat. “Maar ik…”

“Man, wat mooi!” onderbrak hij me opgewonden. Dat geeft een mystieke uitstraling aan je kamer.”
“Weet ik. Als ik dat ding tenminste opgehangen krijg.”

“Dat is toch een fluitje van een cent,” sprak Evert. “Doe ik wel even voor je.”

Hij voegde de daad bij het woord en besteeg direct de ladder. Nog voor ik er erg in had lag het monster van tante Jo al op de grond en ging mijn verjaardagskado de lucht in.

“Moet ik de elektriciteit niet uitdoen?” vroeg ik onzeker.

“Welnee,” zei Evert. “Als je weet wat je doet kan het zo ook.”

Toen mijn vrouw een kwartiertje later de kamer weer binnenkwam zaten Evert en ik, ieder met een groot glas port, gezellig in de hoek onder het mystieke licht van onze nieuwste aanwinst.

“Hallo Evert….oh…wat mooi Jan en wat een licht. Dat heb je trouwens snel gedaan.…Ik wist wel dat het een fluitje van een cent was.”

Ik zei maar niets. Evert trouwens ook niet. Ik schonk hem snel een tweede keer vol.

Het was tenslotte mijn verjaardag en dat moest gevierd worden.