Feestje

“Dat is goed. Willem en ik zullen eens kijken wat we kunnen doen. Tot volgende week dan maar.”

Mijn vrouw beëindigde het gesprek, stopte de telefoon weer in haar tas en keek me aan.

“Wij zijn uitgenodigd bij Gretta en Bob Bastenaken. Volgende week donderdag. Ze vieren hun vijfentwintigste huwelijksdag.”
“Mooi,” antwoordde ik afwezig, want ik was net met de voetbalverslagen bezig.

“Ze willen een poef hebben. Zo’n oosters ding weet je wel.”

“Mmmmm.”

“Willem, luister nou even. Ze hebben ter ere van hun huwelijksdag een prachtige nieuwe Ottoman gekocht. Nu vragen ze van iedereen oosterse dingen voor bij de Ottoman om alles in de juiste sfeer te houden.”

Ik keek op van de krant.
“Wat zei je? Bob en Gretta Bastenaken? Hebben die een Ottoman gekocht? Zo’n groot ding waar je op kunt zitten?”

“Ja, een hele grote. Met pootjes en allemaal franjes en frutseltjes. Weet je hoe duur zo’n ding wel niet is?”

ottoman meubelstuk

Ik had geen idee, maar dat interesseerde me niet zo erg. Wat me meer interesseerde was dat wij opeens met een poef op de proppen moesten komen. Bob en Gretta waren nou niet bepaald onze beste vrienden en ik had geen idee waarom ze ons uitnodigden.

“Waar haal je zo’n oosterse poef vandaan?” Ik had die dingen nog nooit bij de Aldi gezien. “En is dat duur?”

“Nou,” zei mijn vrouw, “je hebt die dingen in alle vormen, maten, kleuren en prijzen. We moeten er voor naar een winkel die gespecialiseerd is in oosterse dingen.”

“OK,’ zei ik. “Morgen gaan we wel even de stad in. Maar het wordt wel een poefje hoor. Niet al te groot.”

Het lot bleek ons gunstig gezind, want we vonden de volgende dag een klein, rood wollen poefje dat nog was afgeprijsd ook. Niet zo mooi als een houten, met zacht leder bekleede poef, maar het was een poef en daar ging het om.
“Dat past bijna bij elke Ottoman,” had de verkoper ons verzekerd met een uitgestreken gezicht. “Gegarandeerd een groot succes.”

En zo kwam het dat we op donderdagavond met de ingepakte poef bij de Bastenakens aanbelden.

“Kom binnen,” zei Gretta joviaal terwijl ze de deur openzwaaide. “En wat hebben jullie daar…” Haar ogen gleden gretig over het pakje.

“Voor bij de Ottoman,” zei ik terwijl ik haar het pakje toestopte.

“Dank jullie wel!” zei ze. “Komen jullie maar eens kijken naar onze nieuwe aanwinst.”

Ze leidde ons de huiskamer binnen en toonde ons hun nieuwe lederen, glimmende Ottoman. Bob zat er koninklijk op; glas bier in de hand en keek verheugd op toen hij ons zag.

“Hallo, jongens…biertje?”

De kamer zat al vol met andere genodigden en ik zag tot mijn schrik dat we niet de enigen waren die een poef gekocht hadden. Er stonden er wel drie. Alleen, die poefs waren groot en robuust en vol oosterse uitstraling. Wij hadden maar een klein poefje gekocht en opeens voelde ik me beschaamd.

“Eens kijken wat jullie hebben meegebracht,” zei Gretta, terwijl ze het papier wild van het pakje scheurde.

“Oh…,” zei ze, toen ze het ding met een hand omhoog hield. Het werd even stil toen iedereen naar dat rode, wollen poefje keek dat wij in de uitverkoop op de kop hadden getikt. Het was een pijnlijk moment en het zou nog pijnlijker worden.

Want opeens stoof Jobes, hun grote zwarte Labrador, onder de tafel vandaan en greep het ding tussen zijn kaken.

“Jobes…af!…Af!” Gretta begon wild te schreeuwen en Bob liet zijn biertje van schrik uit zijn handen vallen.

“Stoute hond…af!” Maar het was te laat. Jobes, jong en ongetraind, was gek op wollen dingen. Hij had inmiddels al een hele collectie knuffelbeesten naar de andere wereld geholpen en de verleiding om ook ons poefje te grazen te nemen werd hem teveel.

We zijn die avond niet lang gebleven. Even maar; net lang genoeg om te zien dat ons aan stukken gereten poefje in de vuilnisbak verdween.

Gelukkig was ik nog net op tijd thuis voor de voetbalwedstrijd.